Advies over vogels

Zit uw vraag hier niet bij of wil u meer informatie? Dan mag u altijd telefonisch contact met ons opnemen.

Gewonde / zieke vogels

  • Allereerst moet de vogel gevangen worden. Gooi voorzichtig een doek (bijv. een theedoek) over de vogel, zodat deze niet weg kan vliegen. Pak de vogel met de doek eromheen voorzichtig op. Lukt het vangen niet, bel dan de Dierenambulance
  • Doe de vogel (eventueel met doek) in een doos voorzien van voldoende luchtgaten. Als de vogel koud aanvoelt of nog geen goede temperatuurregeling heeft (dit komt vaak voor bij nog kale of donsjongen), kan er eventueel een in een handdoek gewikkelde warme (geen hete) kruik bij gelegd worden.
  • Was uw handen goed nadat u de vogel heeft aangeraakt of gebruik evt. handschoenen of een plastic zak om de handen bij het oppakken.
  • Geef de vogel geen voedsel of water.
  • Breng de vogel naar het vogelasiel of laat de dierenambulance de vogel ophalen zodat zij die naar het vogelasiel kunnen brengen.
  • De vogel heeft de meeste overlevingskans als hij direct naar het dichtstbijzijnde vogelopvang adres wordt gebracht. Daar krijgt hij de deskundige hulp die hij nodig heeft.
  • Probeer niet zelf voor de vogel te zorgen.

Een vogel die tegen een raam gevlogen is kan tijdelijk versuft zijn.
Dit kan variëren van een paar seconden tot uren. Vaak worden die versufte vogels in tweede instantie door een kat gegrepen.

Een raamslachtoffer hoeft niet altijd meteen opgevangen te worden. Soms is het beter de vogel enige tijd rust te gunnen. U kunt hem in een doos zetten en wel zo dat de vogel rechtop blijft zitten (zet hem bv tegen een dikke handdoek). In veel gevallen is een vogel na ongeveer een uur volledig hersteld en dan kan hij meteen weer in zijn vertrouwde omgeving vrijgelaten worden.

Als herstel langer op zich laat wachten, zal zo’n vogel opgevangen moeten. Soms is er sprake van functieverlies, bijvoorbeeld verlamde pootjes. Ook dit kan na verloop van enige tijd weer vanzelf herstellen. Neem dan contact op met de Dierenambulance.

Vaak vliegt een duif, na wat rust, weer weg of terug naar zijn eigen hok als het een geringde duif is. Om de duif wat aan te laten sterken kun je water en ongekookte rijst voeren.

Als de duif na één of twee dagen nog op zijn plaats blijft, probeer hem dan te vangen. Soms kan dit een lastig klusje zijn. Een tip is om een doek over de duif te gooien. U kunt de duif dan met doek en al oppakken en in een doos doen. U kunt de duif naar de vogelopvang brengen of de dierenambulance bellen om de duif op te laten halen.

Door storm kan een gierzwaluw per ongeluk op de grond belanden. Als de zwaluw gezond oogt, kunt u het dier het beste op de vlakke hand zetten en (liefst boven het gras) met een kleine gooi de lucht in laten wegvliegen. Als de zwaluw weer op de grond belandt, is er iets mis. Als de zwaluw gewond of ziek is, kunt u de vogel het beste in een doos met gaatjes stoppen en naar de vogelopvang brengen, of de dierenambulance bellen.

Botulisme is een ziekte bij voornamelijk watervogels die het zenuwstelsel aantast en spierverlamming veroorzaakt. Veel vogels overlijden aan deze ziekte, maar de zieke vogels kunnen ook veelal gered worden, als ze direct nadat ze gevonden zijn, naar de opvang worden gebracht. Bovendien vormen ze na genezing geen gevaar meer voor hun omgeving. Over het algemeen is botulisme niet gevaarlijk voor mensen, honden en katten.

Wat kan u doen, wanneer u een botulisme-slachtoffer vindt?

  • Pak de zieke vogel voorzichtig op en leg hem in een doos. Leg onderin een handdoek.
  • Was uw handen goed nadat u de vogel heeft aangeraakt of gebruik evt. handschoenen of een plastic zak om de handen bij het oppakken.
  • Geef de vogel geen voedsel of water.
  • Breng de vogel naar het vogelasiel of laat de dierenambulance de vogel ophalen zodat zij die naar het vogelasiel kunnen brengen.
  • De vogel heeft de meeste overlevingskans als hij direct naar het dichtstbijzijnde vogelasiel adres wordt gebracht. Daar krijgt hij de deskundige hulp die hij nodig heeft.
  • Probeer niet zelf voor de vogel te zorgen.

Vooral bij ijzel vriezen vogels soms met hun poten vast aan het ijs. Controleer eerst of de vogel echt vast zit. Gooi net buiten zijn bereik stukjes brood naar hem toe. Loopt hij er naar toe? Dan is er niets aan de hand.
Zit de vogel echt vast? Schakel dan zo snel mogelijk de dierenambulance of brandweer in je woonplaats in. Maakt u zelf de vogel los? Trek dan in geen geval aan de poten! Blijf ook met werktuigen uit de buurt! Zaag, hak, boor of beitel het ijs ruim om de poten los. Neem de vogel dan met de ijsklomp aan de poten mee naar huis. Laat daar het ijs in een koele ruimte smelten.
Zet de vogel in geen geval op een te warme plek. Of bij de kachel.

IJzelt het niet? Is de vogel toch vastgevroren? Dan is de vogel ziek. Neem contact op met de dierenambulance, of breng hem naar het vogelasiel.

Wilde dieren zijn beschermd door de Natuurbeschermingswet. Het is dus absoluut verboden om wilde dieren in je bezit te hebben, zonder een vergunning.

Dode wilde vogels en andere dieren haalt de dierenambulance niet op. U de kunt de Gemeente Reiniging bellen.

U kunt de eigenaar van de duif zelf achterhalen door de ringgegevens in te vullen op de website van Nederlandse Postduivenhouders Organisatie.

Load More

Jonge vogels

In het voorjaar worden heel veel jonge vogeltjes binnengebracht, vaak onterecht. De meeste jonge vogels kunnen wanneer ze uit het nest komen de eerste dagen niet vliegen.  Het is normaal dat zulke jongen uit het nest springen of vallen. Ze zijn nu in het stadium van de ‘vliegtraining’. De ouders voeden het jong constant op de grond totdat hij in staat is te vliegen (duurt meestal enkele dagen).

  • Tenzij gewond, moeten deze vogels met rust gelaten worden, op de plek waar ze zijn. Probeer kinderen, honden en katten uit hun buurt te houden, zodat de ouders kunnen doorgaan met het grootbrengen van hun jong.
  • Zijn beide ouders van het jong overleden?  Kijk of de  jonge vogel echt zijn ouders kwijt is voor je hem oppakt. Bekijk hem eerst van een afstand, gedraag je rustig. Stel je enigszins verdekt op, zodat de oudervogel je niet als gevaarlijk beschouwt en daarom bij het jong wegblijft.
  • Als je zeker weet dat het jong verlaten of gewond is, kan je het naar het vogelasiel brengen, of de dierenambulance bellen om het vogeltje op te laten halen.

Als het vogeltje nog zo jong is dat het nog geen veren heeft, is het te vroeg uit het nest gevallen. Dit kan gebeurd zijn door bijvoorbeeld storm, roofdieren of verstoting van de ouders.  Wanneer u echt een verlaten jong vindt, doe dan alstublieft het volgende:

  • Breng de jonge vogel zo snel mogelijk naar de vogelopvang of laat het ophalen door de dierenambulance; hoe langer je wacht, des te minder de kans dat hij het overleeft. Houdt de jonge vogel warm en op een rustige, donkere plaats totdat het wordt opgehaald.
  • Zet de jonge vogel in een klein doosje, leg onder in het doosje tissuepapier en leg een handdoek over de bovenkant.
  • Laat de vogel zoveel mogelijk met rust en kijk niet steeds onder de doek hoe het met hem gaat. Stress is dodelijk.
  • Geef de jonge vogel geen vocht of voedsel. Vaak komt het in de luchtpijp terecht.

In het voorjaar worden heel veel jonge meeuwen binnengebracht, vaak onterecht. Meeuwen kunnen wanneer ze uit het nest komen (vaak vallen ze van het nest op een dak af) de eerste dagen niet vliegen. In die tijd lopen ze er wat verloren bij en worden dan nog wel bijgevoerd door de ouders, ooms en tantes, terwijl ze ook zelf leren eten zoeken.

  • Als de jonge meeuw niet gewond is, hoeft u niks te doen
  • Als de jonge meeuw nog erg jong en pluizig is, is hij te vroeg uit het nest gevallen. De ouders kunnen het jong verder voeren vanaf de grond. Overtuig u ervan dat het meeuwenkuiken echt zijn ouders kwijt is voor u hem oppakt. Bekijk hem van een afstand, gedraag u rustig en stel u enigszins overdekt op, zodat de oudervogel u niet als gevaarlijk beschouwt en daarom bij het jong wegblijft.
  • Mocht u langere tijd geen ouders in de buurt zien, dan kunt u het meeuwenkuiken vangen, en in een doos naar de vogelopvang brengen. Als u het meeuwenkuiken zelf niet kunt vangen en/of brengen, bel dan de Dierenambulance.
  • Als de omgeving erg gevaarlijk is (op een drukke weg ), jaag de meeuw dan naar een wat rustiger stuk, zo nodig met behulp van de Dierenambulance.
  • Is de meeuw gewond, dan kunt u proberen de meeuw te vangen, in een doos doen of een doos over de meeuw heen plaatsen, en de dierenambulance bellen. Heeft u hulp nodig bij het vangen van de gewonde meeuw, bel dan de dierenambulance.
  • Als moeder eend met een paar pulletjes op het water is en de andere pulletjes lopen op een gevaarlijke plek, breng dan de pulletjes naar het water naar moedereend en haar andere jongen.
  • Als moeder eend dood is, breng dan de eendjes naar het vogelasiel. Als u de eendjes zelf niet kunt brengen, bel dan de Dierenambulance.
  • Zet verlaten jonge donzige eendjes niet in een bak met water. Hun veren zijn nog niet waterdicht en ze zullen dus te snel afkoelen, doorweekt raken en kunnen verdrinken.
  • Eenden komen nog wel eens op een ongeschikte plaats. Als de ouder met een aantal jongen op een ongeschikte plaats terecht gekomen is, vang dan eerst de ouder en daarna de jongen. Breng ze naar een geschikte plaats en laat daar eerst de jongen vrij en daarna de ouder. Heeft u hulp nodig bij het vangen van de ouder en de jongen, bel dan de Dierenambulance.
  • Laat het vogeltje zitten, hij klimt er zelf weer in.
  • Als de omgeving erg druk is (honden en/of kinderen) zet dan het uiltje terug in de boom, zonodig met behulp van de Dierenambulance.
  • Probeer bij roofvogels altijd zo nauwkeurig mogelijk de vindplaats aan ons door te geven, zodat wij de vogels weer op dezelfde plek terug kunnen plaatsen. Bij uilen, indien mogelijk, op de boom nauwkeurig.

Als een jonge vogel wordt bedreigd door een hond of kat, breng de vogel dan niet direct naar de opvang. Probeer liever het huisdier uit de buurt te houden, zolang de vogel er zit. De jonge vogel heeft namelijk een veel grotere overlevingskans als het door zijn ouders wordt verzorgd in plaats van door mensen.

Echter: wanneer de vogel al is aangevallen of beetgepakt door het huisdier en gewond is, breng het jong dan zo snel mogelijk naar de opvang. Het liefst binnen één uur, maar altijd nog op dezelfde dag.

Vaak gelooft men dat de ouders niet meer terugkeren naar hun jongen, nadat ze door mensen zijn aangeraakt. Dit is absoluut niet waar!
De meeste vogels kunnen slecht ruiken (uitgezonderd gieren) en zullen het dus niet erg vinden dat je de jongen hebt aangeraakt. Ze maken zich wel druk als je te dicht bij hun jongen komt.

Wilde dieren zijn beschermd door de Natuurbeschermingswet. Het is dus absoluut verboden om wilde dieren in je bezit te hebben, zonder een vergunning.

Als u weet dat er gierzwaluwen onder de dakpannen hebben gebroed en uw dak moet gerenoveerd worden dan zijn de volgende punten van extreem belang:
Gierzwaluwnesten zijn het hele jaar door beschermd, dus ook na de broedperiode mogen ze niet zomaar verwijderd worden. Dat komt omdat de vogels voor nestgelegenheid van onze bouwsels afhankelijk zijn en ieder jaar hetzelfde nest gebruiken. U zult een jaar vóór de renovatie al moeten vaststellen waar de vogels onder het dak vliegen. Dit tekent u in op een daktekening. Na de broedtijd (vanaf september tot april) kunt u het dak (laten) renoveren en met de daktekening moet u dan op exact dezelfde plaatsen een gierzwaluw dakpan leggen, zodat de vogels de opening niet zullen missen. Het nestmateriaal dat u vindt als het dak wordt leeggehaald, bewaart u en legt u terug op de oude plek. Tijdens de broedtijd is geen ontheffing mogelijk. Voor meer informatie verwijzen wij u door naar de gierzwaluwbescherming

Een renovatie of opknapbeurt in een wijk is niet te voorkomen. Het is daarom zaak om de woningcorporatie van te voren op de hoogte te brengen van gierzwaluwen en andere vogels etc., die in de te slopen panden broeden of hun schuilplek hebben.

Als het over sloop gaat, belt u met spoed naar de gemeente, afdeling (sloop)vergunningen om uit te vinden wie de vergunninghouder is. Dit is meestal een aannemer.
Bel hem om te zeggen dat hij in overtreding is als hij gaat slopen. De Flora- en Faunawet verbiedt verstoring van broedende vogels.
Wil hij niet luisteren, bel dan met de AID, Groendesk (Algemene Inspectiedienst), de regiomilieupolitie of de lokale politie en leg het probleem uit.
Telefoonnummer van de AID is 030 6692640.
U kunt ook bellen met de LID (Landelijke inspectiedienst dierenbescherming), telefoon 088 811 3113.

Load More

Overig

In het broedseizoen verdedigen meeuwen fanatiek hun jongen. Als de jongen het nest verlaten, lopen ze op de grond er wat verloren bij en worden dan nog wel bijgevoerd door de ouders, ooms en tantes, terwijl ze ook zelf leren eten zoeken.

De dierenambulance haalt geen gezonde meeuwen weg. Wij begrijpen dat het voor overlast kan zorgen, maar willen u er op attenderen dat de situatie tijdelijk zal zijn. Zodra de jongen volwassen genoeg zijn, zal het agressieve gedrag ophouden. Tot die tijd raden wij u aan om uit de buurt te blijven van de meeuwen, en anders een paraplu boven uw hoofd te houden. Het expres verwonden van dieren is strafbaar! Wij hopen dat u respect en geduld kunt opbrengen voor de vogels. In de toekomst kunt u proberen te voorkomen dat meeuwen op het dak van uw woning een nest maken. Op de website van de gemeente Leiden kunt u meer informatie hier over vinden.

Als u de vogel heeft gevangen, kunt u de dierenambulance bellen of de vogel direct naar het dierenasiel brengen. Kunt u de vogel niet vangen, dan kunt u kijken of de vogel als vermist staat opgegeven op www.amivedi.nl om de eigenaar te achterhalen en de locatie door te geven. Ook kunt u de dierenambulance bellen om de locatie door te geven, zodat wij er een notitie van kunnen maken voor de eventuele eigenaar.

Load More

Zit uw vraag hier niet bij of wil u meer informatie? Dan mag u altijd telefonisch contact met ons opnemen.